Een Nederlands-Frans gezin, met een 'huisgemaakte' zoon en een zoon uit Thaïland.
Une famille franco-néerlandaise, un fils 'fait maison' et un fils venu de Thaïlande.
Een paar weken geleden kregen we een ietsiepietsie nieuws over de voortgang van ons adoptiedossier in Bangkok. Dat de maatschappelijk werkster er mee bezig is maar dat ze het zo druk heeft. Nou is dat het nieuws niet, want dat is al sinds afgelopen augustus de status.
Wat wel nieuw is, is dat ze kennelijk nog op het resultaat van een medisch onderzoek bij ons kindje wacht. Als dat ok is, dan gaat de Board beslissen of het aan ons toegekend mag worden. Die Board komt twee keer per maand bijeen, maar heeft het dan soms te druk om zich over dit soort dossiers te buigen. Totdat de Board zijn 'ja' gegeven heeft, zegt onze agence niets tegen ons, om teleurstelling te voorkomen.
Het kan nog lang duren. Of niet. Geen idee. Ik zou heel erg graag in juni ons kindje gaan halen, maar dat zit er al bijna niet meer in. Ik probeer maar niet te veel na te denken over wanneer we zouden kunnen gaan, de teleurstelling was zo groot vorig jaar toen we met Kerst nog niets hadden gehoord.
Overigens vind ik het een heel vreemd idee dat ons kindje een onderzoek krijgt terwijl ik, zijn mama, er niet bij ben. Wat heeft hij/zij dan? We accepteren een paar heel kleine special needs, daar zal het wel mee te maken hebben.
Voor het eerst in de meer dan 20 jaar dat ik hier in Frankrijk woon, had ik gister het idee dat ik heimwee had. Was het echt heimwee? Of gewoon een algemeen ontevreden gevoel, plus het idee 'ik was er graag bij geweest'? Voor het eerst sinds jaren voelde ik me gister meer Nederlands dan Frans. De status van mijn twee paspoorten geeft goed weer hoe ik me gewoonlijk altijd voel bij mijn twee nationaliteiten: het Nederlandse is verlopen, het Franse is geldig.
Het grote feest van gisteren vond ik zo heel erg Nederlands. Ik heb gisteravond lang nagedacht in bed (slechte nacht ...) over de vraag wàt ik er dan zo Nederlands aan vond. Er was natuurlijk niets Frans aan, Fransen gruwelen meestal van koningshuizen. Logisch: ze kennen de Nederlandse inhoudsloze, gezellige en normale variant niet. Het Britse koningshuis is veel bekender. En die hebben niet van die leuke prinsesjes.
Maar goed, wat was er dan zo heel erg Nederlands aan? Toen ik daarover nadacht, naast een slapende Echtgenoot, voor wie het een doodgewone dag was geweest en die niet begreep wat die poppenkast voor emoties bij mij opriep, toen moest ik denken aan de uitdrukking 'Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg'. Ik had de uitdrukking die ochtend op de Franse TV gehoord (in version originale), uit de mond van de Franse schrijfster van het boek 'L'anti-macho'. Even voor de duidelijkheid: dat boek gaat dus over de Nederlandse man. Die schrijfster gaf de kijkers uitleg over de Nederlandse samenleving en noemde daarom die uitdrukking.
Ik bedacht me dat ik het helemaal niet eens ben met die uitdrukking. Heel Nederland loopt met rare opblaaskroontjes, oranje pruiken en brillen en doet vreemde dingen als spijkerbroekhangen. En dat is heel gewoon en gezellig en zo voelen we ons een saamhorig volk. Daar was ik dus eigenlijk graag bijgeweest. 'Gek doen is gewoon', dat is een uitdrukking die beter past bij het Nederlandse volk.
Koninginnedag vieren: ik hield het tot voor kort bij het aandoen van een oranje shirt. Zoonlief kreeg op die dag ook altijd die kleur kleding aan een snapte de laatste jaren ook waarom. Hij snapte ook wat we dan 'vierden'. Maar ja, echt vieren was het nooit, op zo'n gewone Franse school- of werkdag.
Vandaag moest dat voor mijn gevoel anders. En dat kon ook, want het is schoolvakantie hier, dus we hadden alle tijd om iets feestelijks te bakken en om op TV te zoeken of we een kroningsuitzending konden vinden.
Sinds de bekendmaking van het aftreden is zoonlief geïntereseerd in het koningshuis. Dat kwam vooral door de stamboom van de familie Van Oranje die NRC Weekeditie publiceerde en die ik bewaard heb. Hij is dol op schema's. Sinds hij doorheeft wat de tekens 'die is getrouwd met die' en 'die is dood' en 'die is het kind van die' betekenen, kijkt hij er regelmatig in. Toen we vanmorgen live op de Franse televisie de Koninklijke familie op het balkon zagen, was hij vooral geïnteresseerd in die prinsesjes in hun gele jurkjes. Hij wist ze alledrie bij naam te noemen, maar vond het eigenlijk gek dat de kleine Ariane, die nota bene kleiner is dan hij (!), ook op dat balkon mocht staan zwaaien. Hij vond ze wel mooi, die prinsesjes.
Ondertussen waren we cakejes aan het bakken. Oranje cakejes, natuurlijk. Met sinaasappel. De bedoeling was dat er ook chocoladekroontjes op zouden komen, maar chocola smelten zodat je er een figuurtje van kan maken, is een vak apart. En ik ben geen keukenprinses. Maar we hadden nog doosjes mini-smarties over van het verjaarspartijtje van de jongeman, dus hebben we daar alle oranje smartietjes uitselecteerd. Vreemd genoeg zijn er tijdens het selecteren héél wat smarties verdwenen!!
Op weg naar dat
Canarische eiland met dat goddelijke klimaat, tien dagen geleden, gebeurde er
iets Freudiaans. We waren te vroeg op het vliegveld, in het kader van de
je-weet-maar-nooit-theorie, dus gingen we nog even wat drinken. De
koffieverslaving van deze Mama bevredigen en de nieuwe Colalust van Grote Zoon
aanmoedigen (hmm, hmm, vooruit dan maar). De Vader kreeg een Cola Light, ieder
z’n cafeïnebron.
Toen moesten we
nog een tafeltje vinden. Ha daar is er een vrij, met drie stoelen erbij. Gelukkig
heeft dat andere tafeltjes nog een onbezette stoel. Vriendelijk vraag ik of ik
die mag nemen. Dan wil ik die stoel bij ons tafeltje zetten en sta raar te
kijken. Man en Zoon zitten allebei al. Er is nog één vrije stoel bij het
tafeltje. Voor mij. Maar waarom heb ik dan een vierde stoel gepakt? Voor wie is
die dan? Voor ons tweede kind, bedenk ik me dan. Maar die is er nog niet.
Het heeft vandaag zo hard gesneeuwd in Parijs dat het (openbaar) vervoer er veel last van had en dat manlief daarom eerder naar huis mocht van de grote baas van de OESO waar hij werkt. Behalve dan dat we deze week met z'n drietjes op Gran Canaria zitten waar dit bericht op zijn Black Berry voor extra vakantiegenot zorgde. Ik ben niet zo van het leedvermaak en ik gun een ander ook best wat, maar ik geniet nu toch extra, wetend dat ik die natte, kleffe en koude sneeuwtroep misloop.
Telefoon!
Gister gingen we naar Puerto Mogan voor een gegrild visje als lunch. Zat mijn echtgenoot ineens met die B Berry aan zijn oor. Die gaat namelijk nooit af, wat wel zo rustig is. Maar dan zit hij soms wel ineens te bellen zonder dat je t doorhebt. 'Allô ? Nee hoor, je stoort me niet, ik ben met vakantie. Oh, gefeliciteerd!' Schijnbaar een goede kennis en dus niet de meneer van de adoptie instantie. Nauwelijks had hij me verteld dat raadslid D. van de gemeenteraad gaat trouwen, of het apparaat trilt weer en gaat naar het oor. 'Allô?' Ditmaal is het geen bekende en echtgenoot gebaart om een pen. Mijn hart klopt sneller en ik probeer te lezen wat hij met die pen schrijft. Zou het meneer L. van de adoptie zijn? Maar nee, al snel maak ik de naam van onze stad op uit de aantekeningen. Hij wordt gebeld in zijn functie van gemeenteraadslid, niet als toekomstige Papa van een kindje uit Thailand.
In augustus hoorden we via sluipwegen dat we eind 2012 of begin dit jaar aan de beurt zouden zijn. In november leek het erop dat we elk moment een voorstel konden krijgen. De spanning steeg, kriebels, opruimen, de reis alvast regelen in je hoofd. Maar ... Kerst ging voorbij zonder bericht. En het nieuwe jaar zijn we ingegaan als gezinnetje van drie. Ik ben nu ruim 52 maanden in verwachting/afwachting en meer dan klaar voor de bevaling!
Onderstaand artikel heb ik geschreven voor het blad van Orchidée Familles, de vereniging van ouders met een kind geadopteerd uit Thailand. Het stond in het septembernummer.
L’insoutenable légèreté de l’attente
Nous avons demandé notre agrément quand notre fils avait un
an. Ce premier enfant, nous l’avions attendu près de cinq ans. Puis il était
venu, à un moment où l’on ne s’y attendait plus et d’un endroit inattendu : mon
ventre. J’ai gardé le journal paru le jour de sa naissance. Gros titre à la
une : ‘Une loi pour faciliter l’adoption d’enfants étrangers’. L’article
annonçait une nouvelle loi et la création de l’AFA. Hasard ? Destin ?
Fil rouge ?
Nous avons obtenu cet agrément après 18 longs mois
d’attente. Peu après les trois ans de notre fils, nous avons appris la bonne
nouvelle de l’AFA : nous pouvions envoyer un dossier en Thaïlande !
Commença alors une période de grande effervescence. Avec chaque papier que je
rajoutais au dossier, j’avais l’impression de construire un lien entre moi et
cet enfant qui m’attendait quelque part là-bas. Enfin du concret, enfin nous
étions acteurs de notre projet !
Après l’envoi du dossier, commençait LA Grande Attente. Nous
pensions y être préparés. Ce sera long, environ 2 ans nous disait-on, mais
c’était faisable. Notre fils commençait la petite section et je m’imaginais
comment, un jour, j’amènerai mes deux enfants ensemble à la maternelle. Au bout
de quelques mois, nous avons appris que le nombre de dossiers en attente à
Bangkok avait atteint un record et que l’attente serait de trois ans. Coup
dur : c’était l’année de trop !
Un jour, en allant chercher notre fils, quatre ans, à un
goûter d’anniversaire, je croise la maman d’un de ses copains. Elle m’apprend
sa grossesse. Le soir, je raconte à mon mari que j’ai croisé la maman de
Julien. ‘Elle attend son deuxième’, lui dis-je. Dix minutes plus tard, notre
conversation ayant déjà changé de sujet, notre fils nous dit ‘Mais maman, nous
aussi, on attend !’ Prudente, je lui demande de quoi il parle. ‘Ben, nous
aussi, on attend le deuxième !’ Nous lui expliquons alors le retard et
disons que nous pensons que le petit frère ou la petite soeur viendra quand il
sera en grande section.
L’attente me donne l’impression de vivre dans une bulle. À
l’intérieur de cette bulle, la vie continue. Notre fils grandit, nous profitons
de lui et de la vie, malgré tout. Mais quelque chose, quelqu’un, reste hors
d’atteinte. Le projet professionnel que j’ai envie de réaliser, reste en
suspens. Le projet d’aménager un bureau en bas et une chambre d’enfant en haut
est reporté. Cet enfant me manque énormément, ce que peu de personnes arrivent
à comprendre. Mon mari ne ressent pas ce manque de la même façon. Heureusement…
Il y pense surtout aux moments où il y a des démarches à faire, mais me
comprend néanmoins et tient autant au projet que moi. Je voudrais moi aussi ne
pas y penser tout le temps, mais c’est comme si j’étais enceinte et que je
sentais l’enfant en moi. Une grossesse interminable, à la délivrance sans cesse
reportée.
Notre entourage, au fil des années, n’ose plus nous en
parler. De toute façon, nous ne savons plus quoi en dire non plus. Je n’en
parle qu’avec quelques bonnes copines, qui sont du coup au courant de tout le
jargon : OAA, AFA, quota, enfant à particularité, board ... Lors des
réunions de famille, j’ai du mal à échanger avec les autres. Nous ne parlons
pas du sujet qui me tient le plus à coeur et personne ne demande après ma
grossesse invisible de 46 mois. Je ne leur en veux pas, mais du coup je
n’arrive plus à m’investir dans les autres sujets de conversation.
Notre fils a maintenant quitté la maternelle et déjà terminé
sa première année de ‘grande école’. Il vit sa vie de garçon de sept ans. Il ne
croit plus au Père Noël, ni à la petite souris et j’ai l’impression qu’il ne
croit plus trop à cette histoire d’adoption non plus. Quatre ans après l’envoi
du dossier, toujours ni frère ni soeur à l’horizon. Nous aimerions ne plus lui
en parler, mais voilà, notre agrément se termine. Nous avons décidé d’en
demander un deuxième et il sera donc amené à en parler lors de cette nouvelle
série d’entretiens.
Cette attente n’est facile à gérer pour personne, ni pour
nous, les parents, ni pour notre fils, ni pour notre futur enfant, qui lui
aussi attend ... Nous ne sommes pas mieux armés ou mieux informés pour gérer
cette nouvelle phase de notre vie par rapport au début de l’attente. Notre
futur deuxième enfant n’a rien à y gagner non plus. Finalement la longue
attente n’est bénéfique pour personne. Mais il paraît qu’une fois la bonne
nouvelle arrivée, on oublie l’attente.